
18 Feb 2005
door Mirjam Witteman
Staat moet zich beter verantwoorden als aandeelhouder. Zelfs de vaste kamercommissie Financiën bleef bij PinkRoccade in het ongewisse De Staat zou veel meer inzicht moeten geven in zijn deelnemingenbeleid. Daarbij zou de Staat een voorbeeld kunnen nemen aan beursgenoteerde ondernemingen die ook te maken hebben met koersgevoelige informatie maar tegelijkertijd wetten en gebruiken in acht nemen als het gaat om transparantie in hun communicatie. Jens van der Heide (FD 9/2) en Dirk Swagerman (hiernaast) roemen het optreden van de Staat in het overnamegevecht van Getronics en Ordina. Van der Heijde concludeert dat de nieuwe regels voor bij overnames een ongekende bekendheid hebben gekregen door de positie die de Staat heeft ingenomen. Maar de Staat had veel verder kunnen gaan. De strategie van de Nederlandse Staat als grootaandeelhouder gedurende de overnamestrijd tussen de drie ict-ondernemingen was allesbehalve duidelijk. Behalve het persbericht waarin de Staat met zijn medeaandeelhouders eiste dat PinkRoccade concurrent Ordina een boekenonderzoek liet doen, was er geen communicatie naar de buitenwereld. Minister Zalm liet ook de vaste kamercommissie voor Financiën in het ongewisse. In een brief eind vorig jaar vroeg deze commissie welke positie de Staat als aandeelhouder had ingenomen met betrekking tot het bod van Ordina op PinkRoccade en op welke overwegingen de positie van de minister was gebaseerd. De commissie verzocht de minister bij de beantwoording in te gaan op aspecten als aandeelhouderswaarde en strategische belangen voor de overheid, de werknemers en de nationale economie. Zeer legitieme vragen, maar de minister vond het echter op dat moment niet in het belang van de Staat als aandeelhouder om in het openbaar in te gaan op de gestelde vragen. Volgens minister Zalm moest er rekening mee worden gehouden dat uitspraken over een positiebepaling van de Staat koersgevoelige informatie zou kunnen inhouden. De minister wist ten slotte te melden dat de Tweede Kamer uiteraard adequaat zou worden geïnformeerd als genoemde belemmeringen niet meer zouden bestaan. Dat laatste is mosterd na de maaltijd, omdat het bod dan inmiddels gestand is gedaan. Waarom zou de Staat moeten communiceren over zijn deelnemingen? De Staat is hier immers wettelijk niet toe verplicht. Een betere vraag is: waarom niet? Minister Zalm beroept zich op koersgevoelige informatie maar dat neemt niet weg dat hij de strategie van de Staat zou kunnen toelichten. Streeft de Staat bijvoorbeeld (altijd) het hoogste bod na of worden ook andere stakeholders vertegenwoordigd? En waarom eiste de Staat in het geval van PinkRoccade eerst een hoger bod om vervolgens razendsnel duidelijk te maken dat hij het bod van Getronics accepteert? De Staat zou zelf het beste jongetje van de klas moeten zijn. De Staat houdt direct en indirect toezicht op de financiële markten en bestrijdt met woord en daad excessieve optieregelingen en mismanagement. Maar als het op communiceren over de eigen strategie met betrekking tot zijn deelnemingen aankomt, beroept de Staat zich opeens op het ontbreken van een wettelijke plicht. Tot slot nog een argument dat wat populistisch van aard is, maar niettemin opgeld doet. De financiële middelen van de Staat zijn publiek geld, dus over de strategie aangaande de staatsdeelnemingen zou dan ook publiekelijk moeten worden gecommuniceerd. Het Financieele Dagblad
|